Belediging op Facebook: ontslag wegens dringende reden.
Er was vorige week veel te doen over een werknemer van Blokker die op Facebook zijn werkgever had beledigd ("blokker wat een hoerebedrijf") en daarom was ontslagen.
Verplicht uit dienst met 60 jaar?
Niet als het aan de kantonrechter te Amsterdam ligt, in een geschil tussen een stewardess en haar werkgever. De kantonrechter oordeelde dat een CAO-bepaling, op grond waarvan de arbeidsovereenkomst van de stewardess in beginsel eindigt bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd, verboden onderscheid naar leeftijd oplevert.Onderscheid naar leeftijd is alleen onder bijzondere omstandigheden toegestaan. Er moet een 'objectieve rechtvaardigingsgrond' voor het onderscheid bestaan. Daarnaast moet het maken van onderscheid een 'redelijk doel' dienen. Tenslotte moet de wijze waarop onderscheid wordt gemaakt 'proportioneel en noodzakelijk' zijn om dat redelijke doel te bereiken.
In deze kwestie oordeelde de kantonrechter dat de werkgever niet duidelijk had gemaakt wat voor redelijk belang zij had bij het maken van onderscheid naar leeftijd. Een redelijk belang had bijvoorbeeld kunnen zijn dat in een beroepsgroep bepaalde eisen gelden waaraan op hogere leeftijd niet meer kan worden voldaan.
Een beroepsgroep waar momenteel wel onderscheid naar leeftijd mag worden gemaakt voor wat betreft pensionering, is die van piloten. Voor hen geldt dat zij verplicht met pensioen gaan op 56-jarige leeftijd, maar daarvoor bestaat een objectieve rechtvaardigingsgrond. Er is bovendien sprake van een redelijk doel en het onderscheid naar leeftijd is ook proportioneel en noodzakelijk is om het doel te bereiken. De rechtvaardiging ligt niet in fysieke eisen die worden gesteld aan piloten. Met het onderscheid wordt de doorstroming van piloten mogelijk gemaakt. Hierdoor kunnen jonge piloten doorstromen naar hogere functies en worden zij in staat gesteld om hun beroepsopleiding, die zij zelf moeten financieren, snel terug te verdienen. De Commissie Gelijke Behandeling heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat de doorstroming alleen te waarborgen is als oudere piloten verplicht met pensioen gaan op 56-jarige leeftijd.
Werknemers - Heineken: 2-0
Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 25 oktober jl. een streep gezet door de 'Heineken-constructie'. Het juridische verschijnsel 'overgang van onderneming' heeft hierdoor een nog ruimere betekenis gekregen, in het voordeel van werknemers.Het Amsterdamse Hof kwam tot deze uitspraak nadat zij een antwoord had gekregen op rechtsvragen die zij had gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Europese Hof heeft in haar antwoord een uitleg gegeven van Europese regelgeving omtrent het behoud van rechten van werknemers in geval van een overgang van onderneming. Die Europese regels zijn geimplementeerd in de Nederlandse wet:
'Door de overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen die op dat tijdstip voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen hem en een daar werkzame werknemer van rechtswege over op de verkrijger.'
Over de uitleg van het vetgedrukte gedeelte had het Amsterdamse Hof vragen gesteld. Het Europese Hof gaf aan dat indien er sprake is van een concern dat een Heineken constructie toepast, gekeken moet worden naar de materiele arbeidsbetrekking en niet de formele.
Met andere woorden, het feit dat een werknemer (formeel) een arbeidsovereenkomst heeft met een bedrijf binnen het concern, maar (materieel) werkzaam is voor een ander bedrijf binnen datzelfde concern, werkt niet in zijn nadeel als die werkmaatschappij wordt verkocht. Die werknemer gaat dan mee naar de koper en behoudt zijn 'oude' arbeidsvoorwaarden.
Geen ontslagvergoeding in geval van 'habe nichts'. Een paar mitsen en maren.
Het Gerechtshof Leeuwarden oordeelde begin oktober dat een beroep van een werkgever op een gebrek aan financiele middelen om een ontslagvergoeding te betalen, niet zomaar wordt geaccepteerd. Dit oordeel past in een lijn van eerdere uitspraken over 'habe nichts'.In dit geval was de werkgever een eenmanszaak. Toestemming voor ontslag (opzegging) was gegeven door het UWV Werkbedrijf. Aan de werknemer was geen ontslagvergoeding toegekend door de werkgever. De werknemer begon vervolgens een 'kennelijk onredelijk ontslag procedure' bij de kantonrechter om alsnog een compensatie te ontvangen voor het ontslag. Het enkele feit dat geen ontslagvergoeding is toegekend maakt een ontslag niet kennelijk onredelijk, maar de kantonrechter oordeelde dat het ontslag wel kennelijk onredelijk was en kende vervolgens een vergoeding toe. Het beroep van de werkgever op habe nichts werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde het gerechtshof dat. Een beroep op habe nichts wordt alleen geaccepteerd als de werkgever een zo volledig mogelijk inzicht geeft in de financiele positie. Uiteraard moet dan blijken dat er echt geen middelen beschikbaar zijn en ook dat er niets geleend kan worden. De werkgever had ter onderbouwing van zijn financiele nood jaarrekeningen tot aan de datum van ontslag overgelegd. Volgens de werkgever bleek uit die stukken dat de inkomsten van zijn onderneming marginaal waren en dat er een negatief ondernemingsvermogen bestond. Er was een oudedags reserve, maar die zat vast in de waarde van het bedrijfspand. Verkoop van het pand was volgens de werkgever niet mogelijk, want dat zou leiden tot het einde van de onderneming. Ook het afsluiten van een lening was niet mogelijk, vanwege de slechte bedrijfsresultaten.
Het gerechtshof constateerde dat de werkgever in de procedure bij de kantonrechter, na een zitting, toch een beperkte vergoeding had aangeboden. Dat viel volgens het hof niet te rijmen met het habe nichts argument. Daarnaast oordeelde het hof dat de werkgever alleen jaarrekeningen van de onderneming had overgelegd. Omdat het een eenmanszaak betrof vond het hof ook de persoonlijke financiele situatie van de werkgever relevant. Daarover had de werkgever geen informatie verstrekt.
Het beroep op habe nichts werd dus verworpen. Toch had het hoger beroep voor de werkgever een gunstig effect: het hof stelde een vergoeding vast die de helft bedroeg van wat de kantonrechter aan de werknemer had toegekend.
De uitspraak is hier na te lezen.
Rechtspreken en google...
... gaan niet goed samen. De Hoge Raad floot onlangs het Gerechtshof 's-Hertogenbosch terug omdat deze een arrest had gewezen, die steunde op feitelijke gegevens die niet in het procesdossier voorkwamen. Het Hof bleek die gegevens uit eigen beweging op internet te hebben gevonden. Volgens de Hoge Raad kon daarom niet van de juistheid van die gegevens worden uitgegaan.Een interessante uitspraak van de Hoge Raad. Niet vanwege het verhaal waar het om ging, maar om te zien hoe vanuit de rechtspraak naar internet wordt gekeken. Waar het Hof namelijk echt de fout in ging volgens de Hoge Raad was niet zozeer dat zij had gegoogled, maar dat zij die 'google informatie' niet aan de betrokken partijen had voorgelegd. En daarmee was een beginsel van procedures geschonden: het recht van partijen op hoor en wederhoor. Oftwel: als iemand iets beweert, mag je daarop reageren.
Waarheidsvinding door de rechter mag dus best via google lijkt de Hoge Raad te oordelen, zolang de partijen daarin worden betrokken.
Lees de volledige uitspraak van de Hoge Raad hier.



